Samenwonen – hoe regel je dat financieel?

Tien jaar geleden ging ik samenwonen met Robert. Tot die tijd hadden we beiden zelfstandig gewoond, en nu kochten we samen een huis! We hadden vertrouwen in de toekomst, dat was duidelijk. Nadat we appartementen hadden bekeken besloten we toch maar voor een Grote Mensen-huis te gaan kijken. Want we hadden een kinderwens. Onze relatie was dus duidelijk, we hielden van elkaar en wilde samen een toekomst opbouwen.

We hadden een vaag idee hoe we dingen financieel wilde regelen. Ik ging was om me heen vragen en ontdekte dat financiële zaken zeer verschillend geregeld werden bij de collega’s die ik sprak. Een collega die al ruim twee jaar samenwoonde betaalde alle boodschappen, haar partner nam de hypotheek voor zijn rekening. Het huis stond ook op zijn naam. Ik durfde haar niet te vragen hoe ze het voor zich zag als ze mogelijk een keer uit elkaar gingen. Hij had dan een huis. Zij had niets.

Een andere collega bracht toen ze ging samenwonen een ton eigen geld in. Overwaarde uit het huis dat zij verkocht, haar huis. Het gehele bedrag ging op in de aankoop van het nieuwe huis, hiervan werd niets vastgelegd. Haar geld verdween op de grote hoop bakstenen die hun liefde vertegenwoordigde. Dit is natuurlijk geen probleem als de liefde bestendigd is, het huis blijft het huis dat je samen bezit.

We werden ieder voor 50% eigenaar van het huis dus we plande om ook ieder 50% van de kosten te dragen. Robert bracht twintigduizend euro eigen geld in en dit legde we vast in een samenlevingscontract. Bij de notaris gezeten vroeg deze, nog jonge, man ons hoe we de financiën samen gingen regelen. Fifty-fifty vertelde ik. De notaris vroeg door: ‘Wie werkt er het meest, en wie verdient er het meest?’ In beide gevallen was dat Robert. ‘Dus jij gaat meer aan het huis doen, en in het huis?’ Ja, dat was wel de bedoeling. Daarmee behoud je waarde legde de notaris uit, onderhoud en sfeer zijn belangrijk. De fifty-fifty regeling vond hij daarom niet eerlijk. ‘Verdeel het naar rato’ was zijn idee. Beide houd je dan een vast en gelijk bedrag per maand over, de rest gaat op de gezamelijke rekening en is voor het huis en vakanties enzovoort. Robert was het hier onmiddellijk mee eens. En daar schrok ik van. Ik was een zelfstandige vrouw en nu zou ik minder geld bijdragen aan mijn nieuwe leven dan mijn partner. Dat voelde raar. Al was het wel een verademing dat ik straks elke maand eigen geld zou hebben, in plaats van niets meer. Want dat was het alternatief. Vijftig procent van de hypotheek en de vaste lasten, de boodschappen en wat klein geld voor cadeaus en af en toe een avondje uit zou mij elke maand mijn hele maandsalaris gaan kosten. Ik zou niets overhouden, Robert zou ruim overhouden. En dan loopt het scheef. Bekomen van de schrik was ik in staat een lijstje te maken van de zaken die we zelf zouden gaan bekostigen. Telefoon, kleding (met uitzondering van werkkleding),